De Amerikaanse astronauten Suni Williams en Butch Wilmore keerden dinsdag terug op aarde na een verblijf van meer dan negen maanden in de ruimte.

Ze waren gestrand in het International Space Station (ISS) vanwege problemen met hun Boeing-capsule en moesten wachten op een ruimtevaartuig van SpaceX om terug te keren naar huis.

Negen maanden in de ruimte is lang geen record, maar het verblijf van Williams en Wilmore in het ISS heeft waarschijnlijk wel gezorgd voor enkele veranderingen in hun lichaam.

Net bij alle astronauten “hebben de spieren zich moeten aanpassen aan de omstandigheden en zijn er cardiovasculaire veranderingen opgetreden” zei programmamanager Steve Stich van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, nadat het duo voor de kust van Florida was geland in de Golf van Mexico.

Veel van wat wetenschappers weten van hoe een verblijf in de ruimte het menselijk lichaam beïnvloedt, komt voort uit onderzoek van de NASA naar astronauten die in het ISS verbleven.

Zoals bijvoorbeeld de Twins Study: een onderzoeksprogramma waarbij NASA de verschillen heeft bestudeerd tussen astronaut Scott Kelly, die bijna een jaar in de ruimte verbleef, en zijn identieke tweelingbroer Mark, die gewoon op de aarde bleef.

Volgens Stich worden van elke astronaut die naar de ruimte gaat medische gegevens bijgehouden, onder meer door tijdens het verblijf meerdere malen bloedmonsters af te nemen, de botdichtheid te meten en oogtesten te doen.

Het gebrek aan zwaartekracht, de grotere blootstelling aan straling, het speciale ruimtedieet en andere omstandigheden, hebben gezorgd voor aanzienlijke en soms verrassende veranderingen in het lichaam van Scott. Hoewel Wilmore en Williams iets korter in de ruimte waren dan Scott, hebben hun lichamen waarschijnlijk vergelijkbare veranderingen ondergaan.

Dit zijn negen bijzondere biologische veranderingen die kunnen optreden als je langere tijd in de ruimte verblijft.

Dit doet een verblijf in de ruimte met je lichaam

LEES OOK: Wetenschappers ontdekken een grot op de maan waar astronauten kunnen wonen – en vermoeden dat er nog honderden méér zijn